University of Hope #4: Duurzame energie democratie


24/07/2018

De fossiele energiewinning wordt nu nog centraal aangestuurd door Den Haag. De energie-infrastructuur is in handen van grote, veelal buitenlandse investeerders. De winst stroomt weg en de regio dient de facto als wingewest. Denk aan Groningen waar de gaswinning leidde tot aardbevingen en verzakte huizen. In deze oude formule is weinig aandacht voor landschappelijke inpassing, verzet van burgers, en publieke controle van energie-infrastructuur.

Maar er is ook een andere realiteit waarin burgers en bedrijven samenwerken om duurzame energie in eigen beheer te brengen. Dat gaat niet alleen over kleine coöperaties, maar ook over grootschalige infrastructuur. Zo heeft het Friese dorp Garyp afgelopen jaar een zonnepark ter waarde van acht miljoen euro gerealiseerd. Hoe kan de overheid met deze nieuwe coöperatieven samenwerken zodat zowel burgers als grote bedrijven van de energietransitie profiteren en het energiesysteem democratischer wordt?

Energie en democratie horen bij elkaar

Het Klimaatakkoord noemt bijvoorbeeld dat vijftig procent van de duurzame energieproductie in handen van de samenleving moet zijn. Dit akkoord, dat de komende maanden wordt verfijnd en goedgekeurd, biedt een uitgelezen kans om in beleid vast te leggen dat duurzame energie ten goede komt aan de maatschappij en de economie. Dat bepleiten Maarten Hajer en Jesse Hoffman van de Urban Futures Studio van de Universiteit Utrecht tijdens een bijeenkomst met bestuurders, beleidsmakers en actieve bewoners op 13 juli.

Hajer betoogt dat energieproductie en onze democratische instituties altijd verbonden zijn geweest. Turf stond aan de basis van de veenkoloniën, kolen aan de opkomst van vakbonden, en aardgas aan de voet van de welvaartstaat. Met de zichtbare aanleg van wind- en zonneparken midden in ons landschap, worden we ons weer bewust van die relatie tussen energie en democratie. De explosieve groei van energiecoöperaties in Nederland kan het begin zijn van een nieuw politiek systeem, gebaseerd op netwerken van kleine, snel-lerende gemeenschappen en een ondernemende overheid.

Grote partijen in het voordeel

De snelle groei van energiecoöperaties is vooral zichtbaar in het noorden van Nederland , zegt Hoffman. Denk aan energiecoöperaties zoals in Reduzum en Grunniger Power, of aan de eilanden Texel en Ameland die energieneutraal willen worden. Ze zijn vaak goed georganiseerd in netwerken als de Energiewerkplaats of in koepelorganisaties als Ús Koöperaasje en hebben een eigen keurmerk voor democratische en rechtvaardige energieprojecten, genaamd Mienskipsenergie. Deze noordelijke coöperaties vormen de spil in de strijd tegen krimp en behoud van een leefbare dorpen en wijken.

Maar financiering bij grotere projecten is een heikel punt. Jaap Koen Bijma, adviseur bij het netwerk Doarpswurk, legt uit dat banken vaak twintig procent eigen vermogen eisen voor een lening. Dat is lastig voor een wijk of dorp dat zonne-park of windpark wil aanleggen. Het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (Fonds Schone Friese Energie - FSFE) biedt hulp. Dat fonds heeft al in een kleine zeshonderd projecten geïnvesteerd, gemiddeld 1 miljoen euro per project.

Er is ook een rijkssubsidie, SDE+, voor verduurzaming, maar die moedigt juist grootschaligheid en beheer bij private investeerders aan, doordat deze subsidie vooral op kostenefficiënte beoordeelt. Een weiland vol zonnepanelen van één investeerder krijgt zo eerder subsidie van het Rijk dan een project met meerdere eigenaren en steun vanuit de omgeving. Een bijkomend probleem is dat grote partijen die op deze subsidie hebben ingeschreven, vaak deelnemen om te speculeren op grondprijzen en uiteindelijk afzien van ontwikkeling met als resultaat dat een groot aantal projecten niet doorgaat.

Delen in duurzaamheid

Vera Pieterman van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat onderkent aan het einde van de middag dat SDE+ de duurzame energietransitie in de weg zit. Ze vindt het een goed idee om participatie en acceptatie toe te voegen als wegingscriteria. Naast het verbreden van eigenaarschap en het bevorderen van participatie, is dit een kans om de steun voor de energietransitie en het vertrouwen in de overheid te vergroten.

Op Ameland hebben ze al een slimme manier gevonden om zo veel mogelijk mensen mee te laten profiteren van duurzame energie: de mensen die zo min mogelijk aandelen in het zonnepark wilden kopen kregen voorrang, vertelt Luc van Tiggelen van de gemeente Ameland. ‘Daarom heeft de energiecoöperatie Duurzaam Ameland nu tachtig leden, in plaats van twee.’

Kleine vonkjes worden een vuur

Juist de kleinere initiatieven kunnen een hoop in gang zetten, weten ze in Friesland. Zo vertelt Bouwe de Boer, energiecoördinator van de gemeente Leeuwarden dat Friesland de meeste elektrische boten, zonnepanelen, biogas en energiecoöperaties heeft. Hij wil al die kleine vonkjes bij elkaar brengen tot een vlammetje en daar een vuur mee maken. Een voorbeeld van opschalen is de Elfwegentocht begin deze maand: twee weken lang voortbewegen zonder fossiele energie. Tienduizend mensen hebben er aan meegedaan, waaronder grote bedrijven als Aegon en Ahold.

Het is dus geen kwestie van David tegen Goliath, de kleine coöperaties die het tegen de energiereuzen moeten opnemen in de verduurzamingstransitie. Je hebt allebei nodig. En de overheid heeft daarin een regulerende taak. ‘De overheid is er voor iedereen, niet alleen voor de actieve burgers die al een energiecoöperatie opgericht hebben’, zegt Thomas Ietswaart van de provincie Fryslân. ‘De overheid gaat over de verdeling van schaarse middelen en ruimte. In Friesland zijn er nu zo’n vijfduizend leden van energiecoöperaties, maar er zijn 650.000 Friezen. Hoe gaan we dat opschalen?’ Zelf denkt hij dat de overheid moet sturen, maar ook moet durven loslaten en ruimte moet bieden voor experimenten.

Maak duidelijke regels

Er blijkt deze middag dat de overheid vooral heldere beleidskaders moet scheppen. Dat betekent ook: niet te vaak de spelregels veranderen, zoals de salderingsregeling (terugleveren van duurzame energie aan het net) die recent is aangepast of de postcoderoos-regeling (gezamenlijk investeren in een zonnedak) die is afgeschaft. Michel Hendriks van FSFE roept daarom op tot meer continuïteit en voorspelbaarheid in beleid. ‘Als beleid te vaak verandert, worden mensen huiverig om lange termijninvesteringen te maken,’ zegt hij.

Aan het einde van de bijeenkomst trekken de deelnemers zich in groepjes terug en komen met concrete voorstellen terug in de zaal. Een greep: er moeten regionale strategieën komen om duurzame energiewinsten in de regio te investeren. Ruimtelijke kwaliteit moet als criterium aan de SDE+ subsidie toegevoegd worden, zodat het gemakkelijker wordt om op een dak of industrieterrein zonnepanelen of windmolens te zetten, dan in kwetsbare groene gebieden. En beloon dubbel ruimtegebruik, zoals combinatie van landbouw en energiewinning.

Iemand stelt voor om burgergestuurde experimenteerzones aan te wijzen. En om bedrijven duurzaamheidslabels toe te wijzen. Ook zouden we medewerkers en omwonenden mede-eigenaar kunnen maken van duurzame energie. Tot slot merkt iemand op dat er al een goede wet is die stelt dat bedrijven investeringen in duurzame energie die ze binnen vijf jaar kunnen terugverdienen moeten maken. Alleen, die wet wordt niet gehandhaafd. Regelgeving alleen is dus niet genoeg, regels moeten ook nageleefd worden.






nl
en