Naar een nieuwe aanpak voor het veen in het Lage Midden van Fryslân


16/05/2018

Weerbaarder, guller en attractiever’

Naar een nieuwe aanpak voor het veen in het Lage Midden van Fryslân

Hoe ziet de aanpak van de veengebieden in het Lage Midden van Fryslân er uit als de voorbereiding van het Friese watersysteem op de toekomst en de beperking van de CO2-uitstoot door vernatting van het veen leidend zouden zijn? Maakt een dergelijke aanpak rendabele agrarische bedrijven mogelijk? En kan zo meerwaarde ontstaan voor natuur en leefomgeving? Met die vragen hebben onderzoekers, ontwerpers en betrokken instanties zich de afgelopen periode in het Places of Hope atelier intensief bezig gehouden. Het lange termijn toekomstperspectief voor de veengebieden is bedoeld ter inspiratie van de besluitvorming en het gesprek dat hierover momenteel aan veel tafels wordt gevoerd.

In het licht van klimaatverandering is het op termijn nodig om meer ruimte voor water in het Lage Midden van Fryslân te creëren. Ruimte om water te kunnen bergen in natte tijden, maar ook ruimte om water in droge perioden beschikbaar te hebben èn meer water om verzakken van huizen en wegen tegen te gaan. Bovendien is het verhogen van het waterpeil - in elk van de vier typen veengebieden op een verschillende manier – onvermijdelijk om de bijdrage van de Friese veengebieden aan de CO2-uitstoot te beperken of zelfs te stoppen.

In het veen-atelier is onderzocht of en hoe de aan de lange termijn veranderingen aangepaste condities rendabele vormen van landgebruik in het Lage Midden van Fryslân mogelijk maken. Het blijkt dat er ook op termijn nog goed te boeren valt. Weliswaar moeten melkveehouderijbedrijven vanwege de verminderde draagkracht van de bodem en vanwege een andere voerbalans met minder vee toe, maar er hoeft ook minder of zelfs geen voer van buitenaf gehaald te worden. Berekeningen laten zien dat ondanks de aanpassingen de bedrijfsresultaten vergelijkbaar blijven met het huidige niveau. Wel zijn er tussen nu en de langetermijn aanpassingen nodig die investeringen vergen. Het atelier suggereert om daar gebiedsgarantiefondsen voor in het leven te roepen die worden gevoed vanuit de ‘opbrengsten’ van de vermeden CO2-uitstoot.

Belangrijke meerwaarde is ook dat natuur, biodiversiteit, ruimtelijke kwaliteit en landschap er op vooruit gaan. In de vorm van ‘hooiland’, dat laat in het seizoen gemaaid wordt en natter is, ontstaat er een uitgestrekt areaal voor weidevogels. Door veranderingen in het (grond) watersysteem verdrogen de Natura 2000 gebieden niet meer en kunnen ze zich ontwikkelen tot robuuste, toekomstbestendige natuurgebieden. De inwoners, omwonenden en bezoekers van het Lage Midden treffen een gevarieerder en aantrekkelijker landschap om in te verblijven, te varen en te dwalen. Het Lage Midden wordt een gewilde bestemming. Een medicijn tegen landschapspijn. Een gebied waar je zin krijgt in de toekomst. 

Maarten Hajer, curator Places of Hope

Jandirk Hoekstra, atelierleider

 

Het Places of Hope Atelier werd mogelijk gemaakt door Wetterskip Fryslân, Provincie Friesland, Ministeries BZK, OCW en LNV, het Kadaster, Staatsbosbeheer en Planbureau voor de Leefomgeving. Daarnaast zijn er vele lokale en regionale deskundigen betrokken bij de denktank van het atelier.