Landmaker en Overheid leren van elkaar


05/06/2018

Landmakers leren van elkaar

Op 23 mei kwamen landmakers uit het hele land bij elkaar in Leeuwarden om van praktijken in Noord-Nederland te leren en te bepalen of ze door willen met hun netwerk dat nu drie jaar bestaat. Het antwoord was een volmondig: ja! Bekijk een impressie van de dag hier.

Joop Mulder, landmaker van het project Sense of Place, noemt zichzelf een ‘breed fantast’. ‘Ik denk vanuit het landschap van de toekomst, dat kun je verbeelden, zichtbaar maken.’ De oprichter van Oerol ijvert om een beeldenroute te maken langs de noordelijke kust. ‘Na zes jaar heb ik eindelijk een uitnodiging gekregen om te komen praten over de vergunningen’, zegt hij tijdens de Landmakersbijeenkomst op 23 mei, gehouden in de tentoonstelling Places of Hope in Leeuwarden. Sinds 2015 trekken landmakers uit het hele land samen op als onderdeel van het netwerk Wij maken Nederland. Ze delen hun ervaringen en inspireren elkaar om de fysieke leefomgeving vorm te geven. Het is een ‘wederkerig leernetwerk’ tussen mensen die concreet aan de slag willen gaan met toekomstig Nederland, van kunstenaars en architecten tot beleidsmedewerkers en wetenschappers.

De lange adem van landmakers

In aanloop naar Culturele Hoofdstad Leeuwarden en de tentoonstelling Places of Hope is dit netwerk uitgebreid met landmakers uit het Noorden. Landmakers zijn pioniers die hun leefomgeving mooier, duurzamer, slimmer of gezonder maken. Hun verhalen staan centraal in Places of Hope, de tentoonstelling over de ruimtelijke toekomst van Nederland. Op 23 mei ging het tijdens de landmakersbijeenkomst over fundamentele vragen: wat hebben we aan dit netwerk? Willen we door met elkaar en zo ja, hoe?

Landmakers kunnen van elkaar leren, dat is een van de belangrijkste redenen om regelmatig bij elkaar te komen. Als er één ding is wat Joop Mulder geleerd heeft, dan is het dat je geduld moet hebben: landmaken is een activiteit van de lange adem. ‘Wat zou jij doen om de overheid sneller te laten participeren?’ vraagt hij aan Rita van der Meulen, senior adviseur Healthy Urban Living in de gemeente Utrecht. Ze zijn verwikkeld in een rollenspel bedacht door de Urban Futures Studio van de Universiteit Utrecht. ‘Ik zou je plannen verbeelden en ambtenaren proberen te verleiden. Er zitten best wel mensen bij de gemeentelijke overheid die willen veranderen. En denk ook aan de Omgevingswet, die biedt straks ruimte,’ antwoordt Van der Meulen.

Denk vanuit bewoners

In een andere tentoonstellingsruimte zitten de landmakers met slaapmaskertjes over de ogen in een kringetje op lage boomstammen. Gespreksleider Max van den Berg van Urban Futures Studio, vraagt of iedereen zich een moment wil inbeelden waarop ze hun werk heel moeilijk vonden. Een ambtenaar van de provincie Fryslân zegt: ‘We willen een Nachttuin maken in Zwarte Haan. Iedereen staat erachter behalve enkele bewoners die bang zijn dat de rust verstoord wordt door toerisme. Het is frustrerend: de overheidssystemen zijn hier niet op ingericht. Ik zou los van het geld willen kijken hoe ver we kunnen komen.’

De Nachttuin is een idee van landmaker en architect Nynke Rixt Jukema, ook onderdeel van het netwerk, maar niet aanwezig bij de bijeenkomst. Ze kreeg 43 partijen zover om de intentieverklaring Dark Sky Werelderfgoed Waddengebied te ondertekenen om de nachtelijke duisternis weer terug te brengen. Door de weerstand van de bewoners in haar geboortedorp Zwarte Haan leerde ze dat ze altijd van onderop moet blijven denken en rekening moet houden met de wensen van de lokale bevolking. Het is een van de tien lessen die opgetekend staan in de ‘Lessen van Landmakers’, een publicatie van Places of Hope.

Afspraken voor de toekomst

Terug in de tentoonstelling besluiten de landmakers dat ze door willen met het netwerk. Ellen Farwick, die zich inzet voor de natuur in Eems Dollard, denkt dat het netwerk relevant kan blijven door initiatiefnemers die dezelfde vragen hebben elkaar te laten helpen. ‘Zo kun je samen blokkades zichtbaar maken en met overheden bespreken.’ Sebastian van ’t Erve, burgemeester van Lochem en landmaker van de Cleantech regio vatte het als volgt samen: ‘hoe verbind je ambities van hogerhand met projecten waar mensen in de praktijk mee bezig zijn? Dat is de grootste opgave.’

David van Zelm van Eldik en Hanna Lára Pálsdóttir, de projectleiders vanuit het Ministerie van BZK, hebben daar al aan gedacht: ‘Wij gaan kijken of we de landmakers van dit netwerk kunnen koppelen aan de Rijksambtenaren die inhoudelijk bij jullie onderwerpen betrokken zijn.’

De landmakers leggen nog een aantal afspraken met elkaar vast. In aanloop naar IBA Parkstad 2020 in Limburg wordt het netwerk verder uitgebreid met landmakers uit heel Nederland. De deelnemers vinden het waardevol om hun praktijkkennis te blijven delen, met elkaar en met beleidsmakers. Zo kunnen de lessen van landmakers als inspiratie dienen voor de nieuwe Nationale Omgevingsvisie.

Beeld: Nico Pakvis/Menno Bakker




nl
en