'Den Haag' doet inspiratie op in Leeuwarden


13/06/2018

‘Den Haag’ doet inspiratie op in Leeuwarden

De opstellers van de Nationale Omgevingsvisie bezochten op 25 mei de tentoonstelling Places of Hope. Ze luisterden ook naar drie verhalen uit drie regio’s: voor welke problemen staan ze, hoe lossen ze die op, en wat verwachten ze van het Rijk?

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) moet straks richting gaan geven aan vier strategische opgaven: een duurzame en concurrerende economie, een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving, een toekomstbestendige en bereikbare woon-werkomgeving en een waardevolle leefomgeving. Het wordt een nota Ruimtelijke Ordening nieuwe stijl: veelomvattender, complexer, en opgesteld in nauwe samenwerking met andere overheden, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en bewoners.
Na de zomer wordt de NOVI op hoofdlijnen gepresenteerd. De opstellers, topambtenaren van acht betrokken ministeries, gaan nu het land in om inspiratie op te doen en kennis op te halen. Op 25 mei waren ze bij de tentoonstelling Places of Hope in Leeuwarden. Hans Tijl, directeur ruimtelijke ontwikkeling bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, benadrukte in zijn inleidende toespraak dat de overheid het niet alleen kan doen. ‘Je moet het samen doen met burgers en bedrijven. Daarom is het ook belangrijk om die verbinding vanuit de Haagse beleidswereld te zoeken met mensen die “met hun poten in de modder staan”.'

Ambities omhoog
En laten die mensen - Landmakers worden ze genoemd - nou net centraal staan in de tentoonstelling Places of Hope, een positieve verbeelding van het Nederland van morgen. Curator Maarten Hajer van de Urban Futures Studio van de Universiteit Utrecht, leidde de gasten rond. ‘We laten niet zien wat waarschijnlijk is, maar wat wenselijk is’, zei hij.
Places of Hope laat ook zien dat de toekomst al begonnen is: mensen zijn al bezig het Nederland van morgen vorm te geven. Zo geeft Hajer het voorbeeld van de windmolen in Reduzum die na ruim twintig jaar aan vervanging toe is. De opbrengsten van de windmolen hebben het dorp nagenoeg zelfvoorzienend gemaakt, alle bewoners zijn vóór. Maar nu er een grotere molen moet komen, ligt de provincie dwars: het past niet in het landschap. ‘Beleid gaat hier het verschil maken’, zegt Hajer.

Hij vraagt zijn toehoorders ook of we in Nederland wel ambitieus genoeg zijn in het nadenken over de toekomst en geeft meteen zelf het antwoord: nee. ‘Want zeg nou zelf, welke ambtenaar wil op zijn grafsteen hebben staan dat hij of zij verantwoordelijk is voor aardgasvrije wijken? Er kan zoveel meer. We moeten de wijken van de toekomst gaan maken. Het ambitieniveau moet omhoog.’
    
Stip op de horizon
Hajer loodst de beleidsmakers door de tunnel van de twintigste eeuw die de protesten van toen liet zien. Tegen snelwegen door de stad, tegen gasboringen. ‘Wees zuinig op de mensen die het niet met je eens zijn.’ Ze lopen langs de moderne gereedschapskist van de landmakers, die ‘de stip op de horizon’-zetter en de klimaatlaars bevat. ‘Geweldig, dat moeten we op het ministerie laten plaatsen!’, zegt een ambtenaar. Ze bekijken een knappe compilatie van 78 sciencefictionfilms, moeten moeilijke keuzes maken in het NOVI-doolhof (‘minder biefstuk eten? minder vliegen?’) en houden even halt bij de bouwwerkplaats van de Wijk van de Toekomst.
De Urban Futures Studio verzamelde aansprekende voorbeelden uit andere steden die verder denken dan alleen aardgasvrij en bundelde deze in een boek. Ze laten zien hoe je kunt verdichten én vergroenen, hoe je wijken duurzamer én aantrekkelijker kunt maken. Op basis van GIS-analyses laat Hajer zien dat de 1 miljoen woningen die in Nederland gebouwd moeten gaan worden, best in binnensteden, bedrijventerreinen en op spoorwegemplacementen passen. ‘Bouwen in het groen’ is nog niet aan de orde.

Rijk zet de lijnen uit, regio doet
In de middag is het woord aan sprekers uit de regio’s Eindhoven, Leiden en Wageningen. Op uitnodiging van Wij Maken Nederland (WMNL) vertellen ze wat ze aan het doen zijn en wat ze daarbij van het Rijk, en dus de NOVI verwachten. Paul Gerretsen van WMNL benadrukt dat regionale samenwerking cruciaal is. ‘Regio’s en provincies kunnen zelf veel oppakken, maar hebben behoefte aan een duidelijke richting: geef aan waar we naartoe gaan, dan gaan wij aan de slag.’
Jaap Modder bijt het spits af en vertelt dat Eindhoven barst van de ondernemingskracht. Voor innovatie hebben ze de overheid niet nodig. Wel om Eindhoven beter bereikbaar te maken: een groter vliegveld, hogesnelheidsverbindingen per trein. En de stad kan meer talent opleiden en aantrekkelijker worden voor al die hoogopgeleide kenniswerkers. ‘Eindhoven moet een bruisende metropool worden’.
Eindhoven focust op economie en bereikbaarheid, in Leiden gaat het over de klimaatopgave. Daar zijn ze al druk aan het praten met bewoners over die heikele kwestie ‘van het gas af’. Pallas Agterberg van Alliander pleit ervoor om bewoners drie keuzes te geven, zodat iedereen zeggenschap krijgt over de energietransitie. Maar regel de uitvoering wel decentraal, zegt ze.
Jeroen Haan van hoogheemraadschap Rijnland wil stevige keuzes van het Rijk, over het tegengaan van bodemdaling bijvoorbeeld. Door het droogpompen van landbouwgrond komt CO2 vrij en zakt de bodem. Hij wil ook scherpe keuzes over windmolens op zee of op land – mag het Rijk provincies hierin ‘overrulen’? - en wie is de eigenaar van warmte uit water? Allemaal rijksbeslissingen, vindt Haan.

Harde keuzes durven maken
Bart Krol spreekt namens de Food Valley (regio Wageningen). Hij vindt dat het Rijk een langetermijnperspectief moet bieden. Het woord ‘visie’ is allang niet vies meer. Maar dan moet je wel keuzes durven maken. Krol: ‘Ook de landbouw ontkomt niet aan een grote transitie. Zoals we het nu doen gaat het ten koste van de leefomgeving en de gezondheid van mens en dier.’ Het Rijk moet volgens hem de landbouwtransitie afdwingen en zeggen waar we naar toe moeten. ‘Maar wij bepalen zelf in het gebied hoe we er komen.’
Louise Vet van de Wageningen Universiteit zit al in die transitie: zij werkt aan een deltaprogramma biodiversiteitsherstel, ondersteund door 29 partners. Biodiversiteit is verbonden aan alle andere transities, zoals energie, mobiliteit en landbouw, zegt ze. En het is een nationaal belang.
Zo blijkt dat de NOVI-opstellers over heel wat ‘wicked problems’ - de complexe opgaven waar we voor staan - beslissingen moeten gaan maken. ‘We moeten wel keuzes durven maken’, sluit Emiel Reiding, directeur van de Nationale Omgevingsvisie af. ‘De uitvoering van die opgaven is een gezamenlijke taak voor Rijksoverheid en de regio’s. Maar wij gaan het proces aanjagen en richting geven.’