De wijk van de toekomst: aardgasvrij én aantrekkelijk


04/09/2018

Nederland heeft een miljoen nieuwe woningen nodig. Hoe bouw je die op een duurzame manier? En kun je verder gaan dan alleen de ambitie ‘aardgasvrij’, maar ook meteen wijken bouwen die klimaatneutraal zijn én prettig om in te wonen en werken?

Thijs van Spaandonk, stedenbouwkundige van bureau Bright, deed samen met MUST Stedebouw en de Urban Futures Studio van de Universiteit Utrecht onderzoek naar de Wijk van de Toekomst.

Donderdag 13 september presenteren ze hun resultaten in de Kanselarij in Leeuwarden. We spraken Thijs van Spaandonk om alvast een tipje van de sluier op te lichten.

Wat is de grootste opgave voor de Wijk van de Toekomst?

“Dat is er niet één, dat zijn alle opgaven bij elkaar: de energietransitie, verdichting, de klimaatopgave, een inclusieve stad en verandering van mobiliteit. In de wijk komt alles samen, dat is het schaalniveau waarop je deze opgaven kunt aanpakken. De grootste vraag is volgens mij hoe we het gaan doen. Onze bestaande wijken zijn slecht ingesteld op verandering. Alles ligt vast in beton en bestemmingsplannen. De meeste kansen voor verandering liggen op bedrijventerreinen, spoorwegemplacementen en in de jaren zestig en zeventigwijken die verdicht kunnen worden.”

Zijn de Wijken van de Toekomst top-down ontworpen, of worden (toekomstige) bewoners er ook bij betrokken?

“De uitdaging in het ontwerp van deze wijken is het bepalen wat je níet ontwerpt. Het is haast een governance- vraag in plaats van een ontwerpvraag. Je kunt bewoners erbij betrekken door ze ontwerpinstrumenten in handen te geven, ze zelf te laten bouwen en verdichten, met elkaar te laten besluiten hoe ze met het parkeren omgaan, of hoeveel groen ze willen in de wijk, en waar ze hun energie vandaan halen. Noem het uitnodigingsplanologie. Dat gaat verder dan inspraak.”

Waarom zouden bewoners warm lopen voor zo’n Wijk van de Toekomst?

“Bewoners kunnen zelf de regie nemen. Ze kunnen hun eigen omgeving gaan ontwerpen, er mede-eigenaar van worden. Het kan leiden tot betere wijken, waarin de functiescheiding van de modernistische stedenbouw doorbroken wordt. Als je wonen, werken, zorg en onderwijs weer gaat mengen in de wijk, krijg je meer werkgelegenheid. Het zogeheten daily urban system wordt kleiner. De wijk wordt dan een soort dorp op zich, met eigen voorzieningen. Je hoeft minder te reizen, wat minder verkeer betekent. En als je een energieneutrale wijk maakt, gaat je energierekening ook omlaag.”

Zijn er al goede voorbeelden in Nederland van een Wijk van de Toekomst?

“Op onderdelen wel denk ik. De openbare ruimte van de Piushaven in Tilburg vind ik bijvoorbeeld erg goed geslaagd. Strijp S. In Eindhoven is heel langzaam ontwikkeld, stapje voor stapje en heeft een bijzondere mix van bedrijvigheid die je nergens anders vindt. Het Havenkwartier in Deventer heeft geslaagde experimenten in zelfbouw. En Buiksloterham in Amsterdam zoals die wijk nu is, vind ik ook bijzonder geslaagd. Circulair gebouwd en een goede mix van bedrijven, woningen en scholen.”

Tot slot, hoe zit het met de CO2-uitstoot als er nog zoveel gebouwd moet worden? Zijn die nieuwe wijken per saldo niet slechter voor het milieu?

“Dat zijn wij met ons bureau nu ook aan het doorrekenen voor het Klimaatakkoord. Stel dat je die 75.000 woningen die volgens het ministerie jaarlijks gebouwd moeten worden in prefab-hout uitvoert, dan heb je al veel minder CO2-uitstoot dan wanneer je met cement en staal bouwt. Zo zijn er ook tal van nieuwe bio-based bouwmaterialen en bouwmaterialen die van CO2 gemaakt kunnen worden. Maar je kunt ook denken aan recycling, er is al een machine die beton kan recyclen. Het is nog onzeker op welke schaal je dit in kunt zetten, maar er valt een hoop winst te behalen.”


nl
en