Landmakers: Lerend Netwerk Gezondheid en Ruimte

De dagelijkse leefomgeving moet gezond en veilig zijn, uitnodigen tot bewegen, kans bieden op zelfredzaamheid en participatie. Dit moet mogelijk zijn voor alle groepen mensen, dus ook voor de kwetsbaren in de samenleving. Toch is de kans om in goede gezondheid oud te worden in veel stadswijken en dorpen veel kleiner dan elders. Samen met andere organisaties heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in 2016 een lerend netwerk gezondheid en ruimte gestart. Met als doel de verschillen in gezondheidskansen terug te dringen.

De nieuwe Omgevingswet, waar gemeenten al volop mee experimenteren, zet gezondheid op de agenda. Dit is een goed moment voor overheden en anderen om met gezondheid aan de slag te gaan. Het lerend netwerk biedt hiertoe aanscherping, verdieping en invulling. Een omgevingsvisie met focus op gezondheid leidt bovendien tot een sterkere inbedding van maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving. Nu steeds meer mensen in steden gaan wonen, draait de ruimtelijke opgave van Nederland om de vraag hoe de stad een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving vasthoudt.

Interview: Met André op de bres voor gezondheid

Het belang van gezondheid voor ruimtelijke keuzes werd tot kort geleden enorm verwaarloosd. Milieuvraagstukken waren een abstractie. Dat ging niet over mensen, maar over ongrijpbare zaken zoals het klimaat. André van de Zanden is hier als directeur RIVM oprecht verontwaardigd over.

“Het kan toch niet zo zijn dat het Nederland, als één van de rijkste landen in de wereld, niet zou lukken om gezondheidsachterstanden weg te werken” zegt André vol emotie. ‘’Wil je daar slagvaardig aan werken, dan moet je ook met de mensen in de wijk in gesprek gaan: de burgers, de ondernemers en de wijkteams om te praten over dat wat zijzelf belangrijk vinden en wat in hun wijk zou moeten gebeuren”.

Integreer ruimte en gezondheid

De ambitie van het RIVM op het vlak van gezondheid en ruimte is de integratie van ruimtelijke en sociale interventies. “Dat brengt ons dichter bij een beter en duurzamer Nederland”. Daartoe verricht het RIVM landelijke studies, zoals een goede gezondheidsindex als tool voor de planologische gereedschapskist. Samenwerking tussen ruimtelijke en sociale professionals vindt inmiddels plaats in verschillende netwerken en concrete projecten in gemeentes als Utrecht en Amsterdam.

Het draait nu om een variëteit aan lerende netwerken, midden in de samenleving, van wijk tot Rijk, om gezondheid te borgen in ruimtelijke plannen en omgevingsvisies. Kennis wordt daarmee vertaalt naar waarde in de praktijken en krijgt concrete, maatschappelijke werking.

Biedt mensen het gereedschap om zelf te werken aan gezondheid

Inmiddels geloven beiden heilig in coproductie met belanghebbenden. Daar past geen gezondheidstoets (zoals de watertoets) of een deskundigenoordeel bij en al helemaal geen stapeling van dergelijke toetsen. Waar het veel meer om draait is eigenaarschap en participatie. Er zijn plannen nodig die mét de ouder wordende mens worden ontwikkeld in plaats van plannen voor de oudere.”

“Maar de wereld van stedenbouwers aarzelt nog wel een beetje hoe om te gaan met het thema gezondheid.” zegt André en hij geeft ruiterlijk toe dat het RIVM hen nog geen ontwerprepertoire heeft aangereikt. “Wat niet werkt is om van buitenaf te vertellen hoe het moet. Inspiratie werkt echter wel, net als het zwaan-kleef-aan-effect. Daarna moet de adviseur als buitenstaander op z’n handen gaan zitten”, zeggen André en Ronald uit eigen ervaring. “En wees terughoudend met het uitrollen van programma’s. Dat is niet meer van deze tijd.” vinden ze allebei. ”Wat telt in de participatieve samenleving is dat de burger zelf tools heeft en kan gebruiken.” Met een mooi woord uit de transitiekunde heet dat: horizontalisering van de samenleving. De stap naar het midden hierbij is dat overheden en burgers bijvoorbeeld met dezelfde sensoren op wijkniveau zelf betrouwbare en bruikbare data genereren waarbij het RIVM deze data interpreteert en valideert, de betrokken belanghebbenden coacht en het proces begeleidt. De rol van het RIVM verschuift zo van primair meet- en onderzoeksinstituut naar valideringsinstituut voor apparaten (en zelfs apps) en datastromen.

een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.

Tekst: Philine Krosse

Beeld: Teresa van Twuijver

'Lerend Netwerk Gezondheid en Ruimte' volledig interview (PDF)