Landmakers: Leeratelier BNSP

De Beroepsvereniging van Nederlandse Stedebouwkundigen en Planologen (BNSP) heeft de nieuwe Omgevingswet aangegrepen om de vakbeoefening van stedebouwkundigen en planologen opnieuw uit te vinden, samen met de Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur en branchevereniging van advies- en ingenieursbureaus NL Ingenieurs.

Het vak is in transitie, de tijd van blauwdrukken lijkt definitief voorbij. Nieuwe opgaven moeten onder meer verbonden worden met kleinschalige (burger-)initiatieven en met belangen van verschillende partijen. Dit vraagt om een onderzoekende, vragende en luisterende houding van de professional met inbreng van eigen kennis en creativiteit. In de leerateliers in 2016 zijn deze nieuwe verhoudingen onderzocht met behulp van de principes uit het Manifest2040 van het Jaar van de Ruimte.

Interview: Plannen maken: van blauwdruk naar betaversie                                  

Het vak van de stedenbouwer en planoloog verandert. Bij de aanpak van nieuwe opgaven wordt de verbinding gezocht met burgers en andere partijen. Dat vraagt om een onderzoekende, vragende en luisterende houding van de professional met inbreng van eigen kennis en creativiteit. In zogenaamde leerateliers van de BNSP zijn deze nieuwe verhoudingen in 2016 onderzocht met behulp van de principes uit het Manifest2040 van het Jaar van de Ruimte.

Rob van der Velden is voorzitter van de BNSP. De BNSP heeft de nieuwe Omgevingswet aangegrepen om de vakbeoefening van stedenbouwkundigen en planologen opnieuw uit te vinden, samen met andere vakorganisaties NVTL en NL Ingenieurs. Rob’s missie is om het vakgebied de 21e eeuw in te loodsen met nieuwe tools en communities.

Kennisdelen maakt ons slimmer

“Waar het om gaat”, zegt Rob, “is dat je niet je kennis en kunde voor jezelf houdt. Kennisdelen maakt je slimmer. Door niet met anderen te delen houdt je jezelf eigenlijk dom”. De BNSP faciliteert dat delen van kennis. Zo heeft de BNSP uitgevonden hoe je een goede omgevingsvisie kunt maken. Dat wordt als een soort ‘Handboek Soldaat’ toegezonden aan alle gemeentes, maar wordt ook tegelijkertijd voortdurend geactualiseerd.

Het vak verandert in hoog tempo en tegelijkertijd ziet hij een paradox tussen collectiviteit en individualiteit. “De grote opgaven (zoals de energietransitie) maken het nodig dat wij elkaar opzoeken en van elkaar leren, terwijl er tegelijkertijd versplintering in het vakgebied is en veel vakgenoten noodgedwongen solistisch opereren. Als community kunnen we samen echter meer zijn dan ieder voor zich.”

Van hermetisch document naar permanent bètaversie

Tegenwoordig zal het schetspotlood van de ontwerper steeds vaker gecombineerd gaan worden met nieuwe vaardigheden en (proces)technieken van de 21e eeuw. Zo verwacht hij dat de ontwerper zich niet langer kan beperken tot het maken van een hermetisch document, maar steeds vaker zal opereren met een soort permanente bètaversie van een plan, waarin nog veel onzeker is maar op bepaalde hoofdlijnen wel keuzes worden gemaakt.

Een innovatie waar het vakgebied in zijn ogen echt niet omheen kan is wat er gebeurt rond big data. Er moeten tools komen die helpen bij de analyse van de stad op basis van big data of open source data. “Daarmee kunnen we informatie visueel maken en aan elkaar koppelen om de stad beter te begrijpen, bijvoorbeeld voor wat betreft verkeersstromen, koopgedrag, vastgoedwaarden. Dat helpt niet alleen om beter door te hebben waar je moet ingrijpen, maar ook om beter te voorspellen wat het effect van zo’n ingreep is. Het zijn de feiten waar je niet van mening over kunt verschillen”, denkt Rob. Het vakgebied wordt daardoor minder subjectief. “En als de tijden veranderen en de samenleving slaat andere koersen in, dan moet je als stedenbouwkundige of planoloog daarin mee”, zegt Rob.

Tekst: Peter Heerema

'Leeratelier BNSP' volledig interview (PDF)

website Leeratelier BNSP