University of Hope #1: De democratie, dat zijn wij


19/04/2018

Een ding is zeker: het oude model van inspraak achteraf werkt niet meer, zegt curator Maarten Hajer van de tentoonstelling Places of Hope, een optimistische kijk op de ruimtelijke toekomst van Nederland. De huidige vorm van democratie heeft volgens Hajer zijn legitimiteit verloren. Als we meer mensen bij besluitvorming willen betrekken moeten we inzetten op vier pijlers: leiderschap, acceptatie, inclusie en verantwoording. 'Deliberatieve democratie', noemt hij dat, en die vraagt ook om creativiteit in het vinden van de juiste vorm. 'Het werkt volgens hem niet als je altijd in dezelfde beleidskringen blijft praten, je moet erop uitgaan en daar soms creatieve middelen voor inzetten zoals met een SRV-wagen de Noordoostpolder intrekken voor een democratische toekomstvisie. Of een tentoonstelling maken om meer mensen te betrekken bij de ruimtelijke opgaven van ons land.

Op donderdag 19 april vond de eerste bijeenkomst van University of Hope plaats, de verdiepende bijeenkomsten bij de tentoonstelling Places of Hope. In de Kanselarij in Leeuwarden was een gemêleerd gezelschap bijeen van beleidsmakers, stadsmakers en studenten om het te hebben over 'voorbij de participatie, op weg naar een duurzame democratie'. Maarten Hajer trapte af met een prikkelend mini-college over democratie waarin hij een filmpje liet zien over een inspraakavond in Tilburg over de komst van een prostitutie opvanghuis. Bewoners werden met een voldongen feit gepresenteerd, de emoties liepen hoog op. Toenmalig wethouder Marieke Moorman werd zelfs in de haren gevlogen. 'Met onze achtergrond van consensuspolitiek weten we niet goed meer hoe we om moeten gaan met een conflict. Dat wordt weg gemanaged. Maar je zou zo'n conflict juist moeten benutten en als bestuurder een stap naar voren moeten durven maken.' Zoals Erik Wiebes onlangs deed met zijn besluit om de gaskraan dicht te draaien.

Met het oog op de nieuwe Omgevingswet waarbij ruimtelijke visies opgesteld gaan worden met inspraak vooraf is het zaak om nieuwe vormen van participatie te zoeken en legitimiteit van bestuur. Erik Pool, directeur Participatie bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zei dat het nodig is om een goed gesprek aan te gaan met belanghebbenden en ook de pijnpunten te durven benoemen. Hij paste dat al toe bij gesprekken met minister Carola Schouten en diverse belangenorganisaties uit landbouw, voedsel, en natuurhoek, 'en dan krijg je hele andere resultaten aan het eind van het gesprek'. Hij benadrukte dat het vooral ook een andere persoonlijke houding vraagt: je kwetsbaar op durven stellen. Boudewijn Steur, programmamanager Versterking Democratie en Bestuur bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft als taak het lokale bestuur te versterken. Hij probeert alle verschillende opvattingen over democratie - de één wil overal over meepraten, een ander vindt het voldoende om eens in de vier jaar te stemmen - juist met elkaar te verbinden. 'En dat is al een hele klus'.

Een mooi praktijkvoorbeeld kwam van Henk Vellinga, landmaker van de Proeftuin Nederland van Morgen uit Reduzum. Dat Friese dorp zette al in de jaren negentig een eigen gecrowdfunde windmolen neer. Met de opbrengsten konden talloze duurzame investering gedaan worden, zoals zonnepanelen en een nieuw brede school. De oude windmolen is aan vervanging toe, het dorp wil een hogere molen met vier keer zoveel rendement. Maar het provinciebestuur ligt dwars: de molen past niet in het landschap. Reduzum probeert nu gelijk te halen bij de bestuursrechter. Toch is Vellinga niet bitter, hij vindt dat je je moet kunnen verplaatsen in elkaar, ook in bestuurders. Hij noemt het geen duurzame democratie of deliberatieve democratie, maar 'democratie van de buurman of buurvrouw'. Aan hen moet je verantwoording af kunnen leggen.

Blog door Saskia Naafs 20 april 2018