University of Hope #6: De toekomst van mobiliteit


24/10/2018

Mobiliteit is persoonlijk

Peter Pelzer, universitair docent stedelijke toekomsten en planologie aan de Universiteit Utrecht, begint de discussie met een gedachte-experiment. ‘Doe je ogen dicht, en ga terug naar een moment in je eigen “mobiliteitsgeschiedenis” waarop je echt gelukkig was.’ Voor de een blijkt dat de herinnering aan de eerste tochtjes op de kinderfiets, een ander noemt fietsen door de natuur bij Reduzum. Landmaker Jentje Steegstra voelde zich volmaakt gelukkig toen hij op een koets achter twee Friese paarden door de natuur rond zijn bouwproject de Peinder Mieden reed. 

Het laat volgens Pelzer zien dat mobiliteit ook een persoonlijke ervaring is. ‘De vraag is niet alleen hoe we omgaan met wat er op ons afkomt, zoals zelfrijdende auto’s, maar ook: wat willen we eigenlijk? Een uur per dag ben je onderweg. Hoe maak je dat mee? En hoeveel vrijheid ben je bereid op te geven om klimaatdoelstellingen te halen en de lucht schoon te houden? Dat is de systematische opgave voor mobiliteit in 2050: hoe komen we tot een nieuw arrangement dat mensen prettig vinden én dat klimaatbestendig is?’

Mobiliteit als essentie

De vraag is ook: waarom zijn we eigenlijk zo veel onderweg? ‘In veel andere culturen zijn mensen meer gebonden aan een plek’, zegt Maarten Hajer. Zijn eigen reiservaringen begonnen als kind al bij het ‘gouden boekje’ Wim is weg, over een kleuter die de wijde wereld in trekt op zijn driewieler: ‘We reizen om nieuwe ervaringen op te doen.’ Dat is culturele mobiliteit. Maar we reizen ook om iets te vermijden, soms langs raciale lijnen: vermijdingsmobiliteit. ‘De suburbs in de VS ontstonden omdat blanken een auto hadden waarmee ze naar hun werk konden reizen en ze niet meer in de zwarte binnensteden hoefden te wonen.’ En er is reizen als statussymbool, zoals: “Vorige week was ik nog in New York, volgende week ga ik skiën in Aspen.” Bij die status hoort ook de verzameling Delfts blauwe huisjes die KLM uitdeelt aan frequent flyers.

Maar de meeste kilometers leggen we af omdat plekken nu eenmaal uit elkaar liggen. ‘Bij reizen zijn we geneigd te denken in ruimte’, legt Hajer uit. ‘Maar veel mobiliteitsproblemen hebben ook met tijd te maken. We willen allemaal op dezelfde tijd iets doen.’ 

Dat komt terug in de manier waarop de overheid kijkt naar knelpunten. ‘Knooppunt Hoevelaken wordt voor honderden miljoenen opgeknapt omdat daar de meeste “voertuigverliesuren” worden gemeten. Spitsrijden geeft stress. maar dat wordt veroorzaakt doordat we allemaal op dezelfde tijd onderweg zijn. Wat als we over weken in plaats van dagen zouden denken? Geen dagelijkse ‘pendel’ meer, maar een andere weekindeling. Waarbij je vier dagen in het Noorden woont en drie in de Randstad. Dat geeft mensen rust in hun tijdruimtepad.

Ook in ruimtegebruik liggen oplossingen, zegt Hajer. ‘De CO2-uitstoot door mobiliteit is in Atlanta tien keer zo hoog als in Barcelona. Dat komt doordat Barcelona veel compacter is gebouwd. Architect Rem Koolhaas gaat in zijn boek Delirious New York nog verder met zijn verticale stad: wonen, werken en recreëren allemaal in één gebouw.’ Ook ons denken over wonen is erg statisch. ‘Je woont in een huis en je beweegt in een auto. Maar is dat zo voor de hand liggend? Veel studenten wonen nu al in containers. Die kun je zo ergens anders neerzetten. In de VS hebben veel pensionado’s een grote camper, een huis op wielen waarmee ze de seizoenen volgen.’ In meer mobiel wonen ligt ook een mogelijke toekomst.

Deelsysteem

Terug naar het gedachte-experiment. Frank Kroon beleefde zijn ultieme mobiliteitservaring in Chiang Mai, Noord-Thailand, waar een systeem van red trucks mensen van A naar B brengt. Voor Kroon de inspiratie voor zijn eigen start-up beMup. Via een app boek je een rit en binnen vijf minuten word je in een Tesla opgepikt. Binnenkort begint een pilot in Friesland.

Dit slimme deelsysteem zorgt ervoor dat er in 2050 in Nederland nog maar 1,5 miljoen auto’s zijn, tegen 8,4 miljoen nu. Geen parkeerproblemen, verzekeringspremies, boetes en belastingen meer. De overgang naar elektrisch rijden wordt ermee versneld, bovendien kom je door het delen van de auto ook nog eens andere mensen tegen. 

Oplossingen als beMup brengen eigen vervoer en OV dichter bij elkaar, zegt Peter Pelzer. ‘Maat gaat het wel om snelheid? Of is het niet erg om wat langer te wachten? Moeten we mobiliteit wel optimaliseren, of is er iets radicalers nodig en moeten we anders met tijd omgaan, en met culturele mobiliteit?’ 

Oefenen met de toekomst 

Ook de overheid zit in het denken over mobiliteit niet stil. Zo komt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) als adviseur van het Rijk begin 2019 met vier toekomstscenario’s. Nu eens niet in droge rapporten vol statistieken, maar in vier verhalen over mogelijke toekomsten, vertelt David Hamers, PBL-medewerker en lector Places and Traces aan de Design Academy Eindhoven. ‘We willen oefenen met de toekomst, en die scenario’s voorstelbaar en beleefbaar maken.’

In de toekomstvisie ‘Bubbelstad’ gebeurt vrijwel alles digitaal en ontstaat een netwerkstad waar iedereen nomadisch rondzwerft. ‘Groenrijk’ is het dystopische scenario waarin verduurzaming top-down wordt doorgedrukt en de overheid planeetpunten uitdeelt. ‘Ben je al naar Ibiza geweest? Dan mag je niet meer op bezoek bij oma, want je punten zijn op.’

Het scenario ‘Beursplein’ laat een toekomst zien die draait om efficiency en marktwerking, waarbij reistijd vooral iets wordt voor arme mensen. ‘Eigenwijk’ spreekt het meest tot de verbeelding, omdat het lijkt op de Mienskip die je in Friesland al vindt: de eigen buurt als centrum van het dagelijks leven, zonder al te veel reizen.

Van modaliteit naar mobiliteit

Wat kan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met die nieuwe manieren van denken? ‘Het probleem van de overheid is dat er te veel sectoraal wordt gedacht, zegt Shyreen Shaib van het ministerie. ‘Er worden oplossingen bedacht voor dingen die er al zijn. Dat moet anders.’ Het Infrastructuurfonds heet straks Mobiliteitsfonds, dat is al een hele stap. Van modaliteit naar mobiliteit, is het credo. ‘Niet automatisch die extra strook asfalt erbij, maar ook gedragsmaatregelen, zorgen dat we niet allemaal in de spits de weg opgaan.’

Het departement ziet vervoer steeds meer als een dienst. Autobezit zal verminderen, initiatieven als beMup zullen opbloeien, verwacht Shaib. ‘Maar daar moeten we dan wel werk van maken’, reageert Frank Kroon van beMup, ‘anders nemen Uber en Google die markt snel over’. 

Volgens Peter Pelzer kan het nog ambitieuzer. Waarom niet van modaliteit naar bereikbaarheid, zodat ook ruimtelijke ordening onderdeel wordt van mobiliteitsbeleid. Want gaat mobiliteit in 2050 alleen om zo snel mogelijk van A naar B? Of moeten we vervoer ook anders gaan waarderen?’ Daarover moet volgens Pelzer nog veel worden doorgepraat: ‘We hebben wat te kiezen, maar er zitten dilemma’s aan.’

 - Mobiliteit gaat niet alleen over voertuigen, de discussie moet zich dan ook niet beperken tot technische oplossingen.

- Betrek ook tijd en ruimte: in een compacte stad hoef je minder afstand te overbruggen. En door de werkweek anders in te richten hoeft niet iedereen op hetzelfde tijdstip op pad.

- De overheid beweegt al mee: het vroegere Infrastructuurfonds wordt in 2021 een Mobiliteitsfonds: extra asfalt is niet meer de standaardoplossing.




nl
en