Duurzaam Ameland, groot worden door klein te blijven


01/04/2018

Duurzaam Ameland. In 2020 wil het eiland volledig in zijn eigen energiebehoefte kunnen voorzien met duurzaam opgewekte elektriciteit en groen gas. Ook daarna wil Ameland steeds vijftien tot twintig jaar voor blijven lopen in de energietransitie. Een afgegrensd gebied als omgeving om nieuwe technieken en slimme systemen te testen in real life. Met de Amelander bevolking die actief meedenkt. Het eiland lijkt een startpunt voor verandering. Luc van Tiggelen trekt het proces namens de gemeente. Hoe doet hij dat? Waarom kan hij versnellen waar de rest van Nederland in 2020 blij mag zijn met 14% duurzame energie?

Luc van Tiggelen was afdelingshoofd bij de gemeente maar kreeg de kans om coördinator duurzaamheid te worden. “Daardoor werk ik nu op de afdeling waar ik eerder leiding aan gaf”, vertelt hij lachend. Duurzaamheid was vanaf dat moment zijn thema. “In 2007 hebben de vijf Waddeneilanden raadsbreed de ambitie vastgesteld om in 2020 zelfvoorzienend te zijn op het gebied van duurzame energie en water. Op Ameland werd destijds ook burgemeester Albert de Hoop benoemd, een man met een enorme innerlijke motivatie om de verduurzaming te versnellen. Een bestuurder met zo’n drive als De Hoop heb je nodig om echt meters te maken. En je hebt natuurlijk ambtenaren nodig die dezelfde passie hebben. Daarnaast moet van je directie een beetje ruimte krijgen. Aan die randvoorwaarden is op Ameland voldaan.”

Luc ziet het als zijn kracht om tussen de partijen te opereren. “Soms moet je risico´s durven nemen, de wethouders en de gemeenteraad moet je een paar keer per jaar meenemen in je verhaal. Tussen die momenten is het belangrijk de vrije ruimte te benutten. Vooral niet overal formeel toestemming voor vragen. Waar de vis zit gooi je een hengel uit!” Luc is van het proces, het meenemen van partners en vooral van het goed luisteren naar wat ze willen.

De duurzaamheidsambitie op Ameland begon in 2007, maar de versnelling kwam pas een aantal jaren later. Durk Veenema van het vliegveld Ameland herinnert zich hoe hij acht jaar geleden de burgemeester mocht rondvliegen boven de Waddenzee. Hij vloog ook over het zonnepark op het Duitse Waddeneiland Borkum, toen al een groot park dat prachtig te zien was vanuit de lucht. Toen de burgemeester iets later op vakantie was in Frankrijk, zag hij ook daar overal zonneparken verschijnen. “Dat kunnen wij ook!”, dacht hij.

Lokale stroom lokaal verhandelen

Zonnepark Ameland ligt er inmiddels en draait op volle toeren. Met twee collega’s pakte Luc destijds de kaart erbij en bedacht drie eisen: 1) minimaal tien hectare, want dat is genoeg ruimte voor zonnepanelen om alle inwoners van energie te voorzien, 2) alleen gemeentegrond, want dat is waarschijnlijk goedkoper en je bent eigen baas en 3) liefst grond met zo weinig mogelijk natuurwetgeving, want dat gaat sneller. Al snel kwamen ze uit op het vliegveld. Grond met een minimale grasopbrengst, waarvan de boeren alleen gebruik maken om hun mestboekhouding rond te krijgen. Daarna werd een lijstje gemaakt: welke wettelijke restricties zijn er als we het gebied willen gebruiken als zonnepark en met welke partijen krijgen we in elk geval te maken?

Collega Jacob Dijkstra had al snel een indicatieve businesscase gemaakt. Daarin werd het zonnepark gecombineerd met 45 methaanbrandstofcellen en werd voor het gehele project een subsidie aangevraagd bij het Waddenfonds. Het Waddenfonds was echter van mening dat hier sprake zou zijn van ongeoorloofde staatssteun. Laat nu net een inwoner van Amsterdam een zomerhuis op Ameland hebben én gespecialiseerd zijn in staatssteunrecht. Hij kon de juristen van het Waddenfonds ervan overtuigen dat staatssteun niet aan de orde was. Toen kon de subsidie verstrekt worden. Van de benodigde 7 miljoen euro ontving Ameland in totaal drie miljoen aan subsidie. Het grootste deel daarvan kwam uit het Waddenfonds; de provincie Friesland deed mee voor ongeveer vier ton.

Ook Johan Kiewiet van de Amelander Energie Coöperatie (AEC) wilde graag meedoen. De coöperatie bedacht een slim plan om zoveel mogelijk lokale eigenaren aan te trekken. Hoe minder obligaties in het zonnepark bewoners wilden afnemen, hoe hoger men kwam op de wachtlijst! Binnen drie weken waren alle 80 obligaties uitgegeven. Twee partijen die in hun eentje de helft wilden opkopen, kregen zo uiteindelijk niets.

Al tijdens de planvorming spraken Luc en Jacob met mensen van Eneco over het zonnepark. De gemeente vroeg de energieleverancier of ze ook mee wilden doen. Het eerste gesprek was in Zwolle, herinnert Luc zich. “De gemeente Ameland was en is aandeelhouder van Eneco en dus was het logisch om met hen te praten. De mensen van Eneco wilden het project echter meteen naar zich toe trekken. Toen hebben wij gezegd: zie het als een auto. De gemeente zit aan het stuur en jullie op de achterbank. Als je braaf bent mag je straks op de voorbank bank komen zitten. Maar achter het stuur kom je niet.” Dat was schrikken. We hebben er nog altijd veel lol om. Het avontuur heeft Eneco geleerd dat ze projecten echt beter samen met andere partijen kunnen realiseren.”

Stap voor stap ontstond zo een bijzonder consortium: burgers verenigd in een energiecoöperatie, een van de kleinste gemeenten van Nederland en een multinational. De coöperatie is goed in het creëren van draagvlak, de gemeente is goed met vergunningen en Eneco is goed in de techniek. Na twee jaar is de samenwerkingsvorm gestold in een BV met drie aandeelhouders. Onderling maakten ze de afspraak geen uren aan elkaar door te berekenen. Eneco krijgt nu voor vijf jaar het recht op de stroom. Daarna wordt dat recht wellicht overdragen aan AEC. “Het is toch het mooiste om onze lokale stroom lokaal te verhandelen”, zegt Luc.

Wij houden niet van kletsen maar van zelf doen

Waarom lukt het Ameland om te versnellen waar andere regio´s in Nederland maar moeizaam uit de startblokken komen? Volgens Luc zit het geheim in een aantal kenmerken. Als eerste voelt de samenwerkingsvorm van een coöperatie gewoon goed. Amelanders kennen die vorm al jaren. Niet alleen in de landbouw, maar ook Klein Vaarwater, een grote recreatieonderneming met 3500 bedden, is een lokale coöperatie. Jaarlijks levert elk aandeel een goed dividend op. De samenwerkingsvorm past ook bij de aard van de eilanders. Amelanders zijn autonoom en trots. Ze willen het liefst alles zelf doen. “Wij houden niet van kletsen, maar van zelf doen!”

Een andere reden voor het succes is dat iedereen ervan doordrongen is dat rust, natuur en landschap samen de kurk vormen waar de eilandeconomie op drijft. Honderd procent hernieuwbare energie past heel mooi bij dat imago. Het zonnepark en de andere duurzame projecten op het eiland trekken per jaar een paar honderd extra mensen naar het eiland. Dat kunnen er veel meer worden als er nog meer pilots rond schone energie komen. Of Amelanders veel op hebben met het klimaatakkoord van Parijs is de vraag. Voor hen is de aantrekkelijkheid van het eiland voor toeristen een veel directere motivator.Ten slotte ligt een deel van het succes ook besloten in de houding van de betrokken partijen. Alle partners pakken de specifieke rol waarin ze zelf goed zijn en gunnen de ander de ruimte.

Hoe meer mensen met een persoonlijke drive hoe beter

Gevraagd naar zijn eigen drive bekent Luc weinig op te hebben met ´geitenwollensokken-duurzaamheid´. Zijn passie ligt heel dichtbij; hij wil het zijn kinderen mogelijk maken om in een mooie en gezonde en veilige omgeving op te groeien. Dat gaat om veel meer dan natuurschoon, zegt Luc. “Duurzaamheid is een belangrijke noemer om kennispartijen en onderzoekers naar het eiland te krijgen. Daarmee zetten we de ramen open en brengen we wat differentiatie in de beroepssamenstelling. Dat is goed voor de verbreding van de economie en het heeft een positief effect op de gehele sociaal-maatsschappelijke leefomgeving.”

De partners van de vaste wal kwamen stap voor stap. Behalve met Eneco had de gemeente Ameland al convenantafspraken met de NAM en GasTerra. In 2010 is Philips daarbij gekomen en vanaf 2017 ook Liander, EnTranCe/Hanzehogeschool en TNO. Deze bedrijven zien het eiland al als pilotgebied voor nieuwe technische toepassingen die ook interessant zijn voor het vasteland. De partners hebben gezamenlijk het doel om op Ameland qua duurzaamheid steeds 15-20 jaar voor te lopen op de rest van Nederland. Op 13 juni 2017 is het convenant Duurzaam Ameland weer voor een aantal jaren vernieuwd en kreeg het project onder andere via het NOS Journaal veel extra bekendheid. Ook andere bedrijven willen nu aansluiten.

Een van de belangrijkste uitdagingen van Ameland (en overigens ook van de rest van Nederland) is een volledig duurzame warmtevoorziening. De convenantpartners van Duurzaam Ameland hebben de totale energievraag van het eiland opgedeeld in vier boxen: eilandbewoners, toeristen, veerboot en industrie. Per box kijken ze met betrokken spelers naar nieuwe mogelijkheden. Uitgangspunt is dat nieuwe initiatieven voor duurzame energieopwekking alleen mogelijk zijn als de betrokkenen het zelf ook graag willen. Met çharrettes als werkvorm organiseren ze per dorp het gesprek over wat de volgende stappen zijn. Daarbij speelt bijvoorbeeld de vraag of er wel of geen windmolens kunnen komen. Het bestuurlijke antwoord is dat dit niet mag in het Waddengebied, maar met coöperatieve eigenaren zou het zomaar een aantrekkelijke optie kunnen zijn.

Een mooi voorbeeld van wat de Amelander werkwijze op kan leveren is het grootschalig introduceren van hybride warmtepompen op het eiland. Inmiddels zijn er al zo’n 85 geïnstalleerd en daar komen er op korte termijn nog vijftig bij. Dit lukt omdat gestart is met alle partners aan tafel en omdat daarna een heldere taakverdeling is gemaakt. De gemeente helpt met subsidie, de lokale installateurs maken offertes, Gasterra gaf extra premie omdat ze per type locatie praktijktesten met de warmtepompen wilde doen. En de studenten van de Hanzehogeschool meten vervolgens de lokale prestaties per apparaat, om te kijken of deze ook in de zoute wind hun prestaties nog blijven leveren. Ondernemers die meedoen met duurzaam Ameland krijgen een mooi bord om in hun bedrijf aan de muur te hangen. “Hoe meer mensen meedoen hoe beter. Een sterke persoonlijke drive van betrokken personen is de basis. Mensen die niets willen, hoeven ook niets.”

De valkuil is om als overheid te zeggen hoe het moet.

Een belemmering voor de energietransitie die met name Den Haag zou moeten wegnemen is volgens Luc de huidige wetgeving rond elektriciteit en gas. Sommige technische toepassingen mogen nu nog niet of worden door wetgeving ontmoedigd. “Twee keer belasting betalen over teveel opwekte zonnestroom op je eigen dak begrijpt niemand.”

Daarnaast weet Luc nog wel een belangrijke valkuil. “De overheid heeft heel sterk de neiging om zelf te zeggen hoe het moet. Maar dat duwt mensen in de weerstand. Laat mensen zelf oplossingen bedenken! Dit blijft een uitdaging, ook voor de gemeente. Wil je een zonnepark? Neem dan de bevolking, de grondeigenaren en de pachters vanaf het begin mee in de plannen. Dat is een voorwaarde voor opschaling. Benader iedereen persoonlijk, ook mensen die formeel geen belang hebben moeten in de gelegenheid zijn om mee te praten. Zorg er daarnaast voor dat alle besprekingen buiten het gemeentehuis plaatsvinden, het liefst in de kroeg of het dorpshuis. Ook de schaal van de oplossingen moet steeds heel lokaal zijn.”

De droom van Luc van Tiggelen is dat Ameland een volledig circulaire economie krijgt. Elke ton afval die op het eiland kan worden hergebruikt hoeft niet naar het vasteland te worden getransporteerd. Energie ziet hij als de belangrijkste aanjager van de circulariteit. Onderdeel van zijn droom is ook dat steeds meer eilanders er plezier in hebben om mee te doen. In de kroeg moet het ook over de circulaire economie van het eiland gaan. “De patatboer test gelukkig al welke afbreekbare bakjes geschikt zijn voor de mayonaise.” Informeel pragmatisme is voor Luc de basis voor succes, met de voetbalkantine en de kroeg als broedplaats. “De verschillende sporen van Duurzaam Ameland gaan steeds meer bij elkaar komen. Door je eigen dromen te delen, door zoveel mogelijk mensen mee te laten doen en door zelf te doen waar je goed in bent.”

Auteur: David van Zelm van Eldik, innovatieprogramma Nederland van Morgen, Ministerie BZK


nl
en