Paul ziet zonder transdisciplinair leren de waterkwaliteit niet verbeteren


31/03/2018

Water is essentieel voor ons leven op aarde. De groeiende wereldbevolking en de klimaatproblematiek maken het noodzakelijk dat we op een geheel andere manier met ons water omgaan. En dit beïnvloedt de ruimtelijke en economische organisatie van gebieden ingrijpend. Voor elke regio is dit verschillend. Geen enkel vakgebied heeft de kennis of mogelijkheden om de uitdagingen waar we voor staan zelfstandig op te lossen. Paul van Eijk werkt nu als strategisch adviseur en programmamanager bij Waterschap Vallei en Veluwe. Eigenlijk doet hij overal hetzelfde maar iedere keer weer in een andere context. Hij werkt aan innovatieruimtes en transdisciplinaire leeromgevingen. Hoe zien deze leeromgevingen voor onze toekomst eruit? En wat betekent dit nieuwe werken voor de betrokkenen en hun organisaties?

Zelf moest Paul van Eijk op zijn zeventiende de reguliere leeromgeving verlaten. “Ik heb vanwege het wegvallen van mijn moeder uit mijn leven niet direct de middelbare school af kunnen maken maar studeerde 9 jaar later wel cum laude af voor de studie milieukunde. Het bestuderen van de watersystemen loopt als blauwe draad door mijn leven”, vertelt hij ons. “Op mijn negende kreeg ik een microscoop van Sinterklaas. Ik was vanaf dat moment altijd achter ons huis bij de sloot te vinden. Het ging mij aan het hart als ik dode vissen zag of wanneer het water te voedselrijk was.”

Gedurende zijn loopbaan kwam hij erachter dat de kwaliteit van het water niet beter wordt door te blijven doen wat we altijd deden. “Er waren al zoveel goede ideeën, theorieën en concepten. Ik werd enorm geïnspireerd door het werk van de ecoloog en planoloog Sybrand Tjallingii.” De uitvoering van ‘duurzaam bouwen’ richtte zich begin jaren negentig vooral op de schaal van een nieuwbouwwijk.

Volgens Sybrand is Nederland niet maakbaar, wel stuurbaar. Door de interactie tussen stromen, gebieden en actoren ontstaat een onderhandelingsstructuur in het complexe proces van ruimtelijke ordening. Dit voorkomt onnodige conflicten en bevordert de synergie. De netwerken zoals water en verkeer kunnen duurzame dragers bieden. Water is de drager van de rustige activiteiten in de programmering van de ruimte, zoals wonen, recreatie, natuur en ‘niet-industriële’ landbouw. Terwijl verkeer de drager is van de economische dynamiek, waar een hoge activiteit is1. Nu we door klimaatveranderingen geconfronteerd worden met onzekerheden over onze economische toekomst, hebben we te werken aan de draagstructuren voor water en verkeer. Er is een flexibele invulling van deze dragers mogelijk waardoor er aantrekkelijke kansen voor innovatieve ontwikkelingen ontstaan. Zo ontstaat een nieuw handelingsperspectief. “We zitten nu middenin de transitie naar deze kansenplanologie of uitnodigingsplanologie,” zegt Paul.

Sybrand Tjallingii werd co-promotor van het promotieonderzoek van Paul naar een participatieve strategie voor integrale en duurzame watersystemen. “Het gaat over de raakvlakken van duurzame ontwikkeling, veranderkunde, gedragswetenschappen en ruimtelijke ordening.” Vandaag de dag klinkt het gedachtegoed uit zijn proefschrift steeds meer door in de praktijk.

Van triple naar quadruple helix

Om te komen tot nieuwe economische kansen en een betere ecologie is in Friesland een initiatief ontwikkeld voor het terugbrengen van de seizoensgebonden dynamiek in het watersysteem. De ooit zo vruchtbare veengronden zijn daar op grote schaal aan het verdwijnen. Er wordt voor een zo hoog mogelijke productie, enorm veel water afgevoerd en de zware machines gaan zo snel mogelijk het land op. Het initiatief Better Wetter voor het moeras en landbouw gebied ten noorden van de Feanwâlden (veenweiden) is een heel goed voorbeeld van nieuwe vormen van samenwerken voor een integraal handelingsperspectief. Ecoloog Eddy Wymenga heeft daar samen met een coöperatie van Friese agrariërs een quadruple helix weten te organiseren.

De triple helix is voor dit soort ontwikkelingen niet genoeg.” Dit is de samenwerking tussen overheid, onderwijs en ondernemers ofwel tussen de partijen in de institutionele wereld. De focus ligt daarbij vooral op het samen nieuwe stappen zetten rondom een bepaald vraagstuk. Alleen deze processen blijven veelal steken, omdat iedere deelnemer de doelen van zijn eigen werkgever wil realiseren. “De kans van slagen voor een gezamenlijk innovatieproces wordt verhoogd door een quadruple helix te organiseren. De ‘klant’ of burger is dan onderdeel van het overleg en staat centraal in het innovatieve proces. De samenwerkingsverbanden tussen de institutionele wereld geven invulling aan dit proces.” Bij Eddy herkent Paul de gedrevenheid die nodig is om te komen tot het nieuwe handelingsperspectief en de onderhandelingsstructuur van Sybrand. “Een intrinsieke motivatie om verder te willen komen is nodig. Het gaat vooral over begeestering!”

Als lector duurzame watersystemen van hogeschool Van Hall Larenstein zag Paul de kans om via Better Wetter voor een langere tijd te kunnen experimenten met de leeromgeving van de toekomst. “Doordat het programma vanuit het gebied zelf is ontstaan, is dit een mooie kans om de theoretische kennis van studenten af te stemmen op wat de samenleving in de praktijk nodig heeft. In het gebied is een ‘brûsplak’ gecreëerd. Dit is een broeiplaats voor nieuwe ideeën, ontmoetingen, kennisdeling en spontane initiatieven. Het belangrijkste is dat steeds meer mensen gaan ervaren wat ruimtelijke adaptatie is. Er zijn ook twaalf veldwerkplaatsen in het Bûtenfjild in de Feanwâlden. Daar wordt daadwerkelijk gewerkt aan het testen en onderzoeken van innovaties in de waterbeheerpraktijk. Er zijn verschillende soorten proefvelden met natte teelten bij diverse betrokken agrariërs, zoals lisdodde of azolla. Daaruit kunnen waardevolle stoffen voor bedrijven, voeding of energie worden gehaald. Ook worden de kansen voor zoetwatervisserij onderzocht.

Naar een horizontale sturing tussen opleidingen

Bij het programma zijn naast Van Hall Larenstein nog veel andere onderwijsinstellingen betrokken. “Intern zijn wij eigenlijk maar minimaal verbonden,” zegt Paul.Het blijkt moeilijk om binnen de hogeschool interdisciplinair samen te werken. Tussen de opleidingsrichtingen speelt hetzelfde als extern tussen de instituties in de Triple helix. Het onderwijsritme is heilig. Als oplossing ontwikkelt Paul een kenniswerkplaats waar de verschillende regionale opleidingen als collectief gaan samenwerken. “Dit doen we door elkaars niches te erkennen en samen te zorgen dat de opleidingen complementair zijn in hun bijdragen aan regionale opgaven. Tevens werken we actief aan relaties en doorstroommogelijkheden voor studenten van MBO naar HBO en WO. Zo wordt het verhaal van het onderwijs sterker en ontstaat meer differentiatie. En wanneer een horizontale sturing tussen instituten ontstaat, wordt veel meer mogelijk.

Door de lokale experimenten bij Better Wetter ontstaat ruimte bij studenten, particulieren, ondernemers, de institutionele en publieke partijen om met elkaar in gesprek te gaan. “Het gaat erom dat er een gedeeld fundament ontstaat, een tussenpositie in de verschillende perspectieven en handelingswijzen. Het gaat zowel over bespreken (beleid), rekenen (civiel) als tekenen (ontwerpen).” Het proces van vermenigvuldiging van kennis ontstaat door het proces van uitwisseling van kennis. “Alle belemmeringen zijn eigenlijk cadeautjes als je er lerend in staat”, zegt Paul. “Zo hebben we bijvoorbeeld een proefveld met lisdodden verplaatst vanwege de flora en faunawet. De betrokken agrariër had goedkeuring maar toen het tijd was om te oogsten mocht dat niet. Doordat de ontwikkeling staakte, ontstond een goede dialoog en werd het maximale gevraagd van onze creativiteit om met het experiment verder te kunnen.” Ook werd voor iedereen duidelijk hoe de noodzakelijke innovatie wordt tegengewerkt als de wettelijke afspraken te strak gehandhaafd worden. Er is extra verantwoordelijkheidsgevoel nodig bij de regulerende instanties om de vrije ruimte voor de experimenten te creëren door kundig te laveren tussen de vele wetten, normen en regels. En deze eventueel zelfs overboord te gooien.”

Reguliere instanties worden de innovatieruimtes

“Het gaat eigenlijk niet langer over inspraak maar over beginspraak in de quadruple helix. De ambtenaren die voorheen aan het einde van een proces toetsten, moeten nu aan de voorkant meedenken en creatief worden om allerlei belangen en onderwerpen binnen een nieuw concept te verbinden. Dat is een heel andere manier van denken en doen.” Sinds kort werkt Paul bij het Waterschap Vallei en Veluwe. Een van zijn taken is het programmamanagement voor de implementatie van de nieuwe Omgevingswet. “Wat er nodig is voor de omgevingswet gaat ook over transdisciplinair leren. Er is nu behoefte aan nieuwe kaders, concepten en manieren van omgaan met de ruimtelijke werkelijkheid. Maar het is niet alleen leren, de medewerkers moeten ook gaan ervaren welke verantwoordelijkheid deze nieuwe manier van werken van hen vraagt.” Daarvoor ben ik nu leeromgevingen met studenten binnen het waterschap aan het creëren. In februari 2018 start een projectteam van verschillende disciplines in het Vallei en Veluwe XploreLab; een innovatieve kenniswerkplaats. De studenten hebben een toegevoegde waarde voor de organisatieverandering van het waterschap. Studenten leren van elkaar en van de werknemers en andersom. Dat is transdisciplinair leren! Doordat zoveel werknemers binnenkort de arbeidsmarkt gaan verlaten, is de overdracht van hun ‘reiservaring’ essentieel voor de continuïteit binnen de opgaven. Tegelijkertijd ontstaat er dus ruimte voor nieuwe instroom en deskundigheidsbevordering van degene die blijven. Samen ontwikkelen we het nieuwe denken en werken, ofwel de deskundigheidsbevordering van degene die blijven.

“Ik gooi een steen in de vijver en zie de kringen steeds grotere worden

Iedereen ziet het landschap ondertussen hard achteruit gaan. Voor Paul waren de dode vissen in zijn sloot achter het huis al voldoende signaal om zich volledig in te gaan zetten voor de waterkwaliteit. Ondertussen komt de natuur steeds meer in de verdrukking en wordt de landschapspijn door steeds meer mensen ervaren. Dit maakt ook dat steeds meer betrokkenen voorbij de bestaande grenzen zullen gaan. “En dan creëren we samen de vrije ruimte om het echt anders te gaan doen,”zegt Paul. “Niet door hier en daar pleister te plakken maar door echt te werken aan veranderingen in het watersysteem, gebaseerd op ecologische principes.”

Hij ziet vele plekken in het landschap waar zo geïnnoveerd kan worden, als nu in de Feanwâlden. En de eigen regio kan een economische impuls krijgen door nu duurzame keuzes voor het watersysteem te maken. Dan krijgen de inwoners ook de power terug om het met elkaar te doen. Samen met de betrokken partijen en instituties leren ze al doende wat er nodig is. En zo wordt het ook interessant om terug te trekken naar dergelijke karakteristieke (natuur)gebieden om te gaan wonen, werken en recreëren.” En het mooiste is, dat iedereen zich op een dergelijke manier kan blijven ontwikkelen, omdat de ontwikkeling met elkaar op gang is gebracht. Wat er weer toe leidt dat het landschap zich dan uiteindelijk zonder subsidies duurzaam kan blijven ontwikkelen. Paul wil daar zijn bijdrage aan blijven leveren.

https://wijmakennederland.nl/bijdrage/water-en-verkeer-werken-met-netwerken Paul van Eijk




nl
en